Dwalen door Parijs
Zonder doel rondlopen. Dat is dwalen volgens Van Dale. Zij die
mij kennen weten dat ik me graag voorbereid op de dingen die ik ga tegenkomen.
Zo heb ik door de jaren heen meerdere reisgidsen over Parijs verzameld om op de
hoogte te raken van de must sees in deze stad. Ik kan mij zeer goed vermaken met deze boekwerkjes. Gewapend met pen
of post-its, afhankelijk van m’n stemming op het moment, ga ik ze te lijf. Ja,
het is een beetje old school. Ter
vergelijk: maandag belde m’n zus om te vertellen dat m’n nichtje definitief een
weekend naar Parijs komt. Dat is inderdaad meer dan leuk, maar even niet wat ik
nu wil zeggen, want hoe denk je dat het voorwerk van deze 15-jarige eruitziet? Ze.
Bekijkt. Vlogs. Nu ben ik geen digibeet, ik gebruik het internet ook
ruimschoots bij m’n voorbereidingen, maar het verschil in insteek is duidelijk.
In de afgelopen jaren ben ik altijd met een reisgids en een lijstje
must sees naar Parijs vertrokken.
Waarom? Om dezelfde reden dat ik in een museum graag gebruik maak van een audiotour.
OMDAT JE ZO HET MEESTE ZIET EN HET MINSTE MIST. Kleine kanttekening: de audiotour
moet wel een logische opbouw hebben, anders is het alleen een bron van
frustratie. Zoals afgelopen maandag toen ik een bezoek aan het Panthéon bracht.
De in te toetsen getallen op het apparaatje vertoonden geen enkele overeenkomst
met de getallen op het kaartje. Irritant. Tja, een psychoanalyse kan vast naar
boven halen waar die voorbereidingsbehoefte vandaan komt. Misschien heeft het iets
met FOMO te maken. Hoe dan ook, ik bespeur een lichte verandering in deze
gewoonte. Het feit dat het niet de eerste keer is dat ik Parijs bezoek, heeft
er vast iets mee te maken.
Want zo af en toe dwaal ik door Parijs. Zonder vastomlijnd
plan. Dat voelt heel ontspannen. Zoals afgelopen zondag. Het regende. Dat was even
een bummer want ik wilde eigenlijk
Bois de Boulogne, een groot park in het zestiende arrondissement, verkennen. En
misschien lunchen in een van de restaurants in het park. In plaats daarvan
stapte ik een paar haltes eerder uit de metro. Metrohalte Monceau ligt direct
naast Parc Monceau. Als de voorbereidingen op m’n reis anders waren verlopen,
had ik deze maand in Parijs waarschijnlijk in een appartementje in de buurt van
dit park gelogeerd. Het miezerde nog toen ik het metrostation uitkwam. Een goed moment om het dichtstbijzijnde koffietentje op te
zoeken. Het duurde even voordat ik iets geschikts tegenkwam. Parc Monceau was,
waarschijnlijk vanwege het weer, redelijk uitgestorven. Na een kwartier kwam ik
een Starbucks tegen. De koffie is hier prima, hoewel er soms iets teveel
gekookt water bij de Americano gegoten wordt. Ik bedacht me dat vandaag een goede dag was om van café naar café te dwalen. Aan het einde van de dag zou ik m'n boek vast uit hebben.
Na de koffiestop liep ik verder. Het werd steeds drukker op
straat. Enerzijds vanwege het opklarende weer, anderzijds doordat ik Boulevard Haussmann verder inliep en in de buurt van les grands magasins kwam. Eerst passeerde ik Le Printemps, daarna Galeries Lafayette.
Doordat het weer wat begon te regenen, liep ik Lafayette binnen. Ik nam de
roltrap naar de zesde verdieping en neusde wat tussen de boeken en de cadeauartikelen.
Via de trap kun je nog een verdieping hoger komen en het dakterras betreden.
Vanaf daar heb je een heel aardig uitzicht over Parijs. Weer terug op de zesde
verdieping viel het me op dat hier verschillende restaurants gevestigd zijn. Ik
koos de zelfbedieningsvariant om even een hapje te eten. Achteraf niet de
allerbeste keuze want het eten was niet heel bijzonder. Weer buiten bleek dat
het regenen definitief gestopt was. Ik vervolgde mijn wandeling.
Ik ben natuurlijk niet de enige die door de stad dwaalt. De
Parijzenaar is over het algemeen heel doelgericht, gehaast zelfs. Je moet het
tempo van deze mens in een metrostation eens zien. Heel indrukwekkend. De
toerist heeft een beduidend langzamer looptempo. Deze mens stopt bovendien
regelmatig. Vaak midden op straat zodat je wandelritme onderbroken wordt als je
erachter loopt. Ja, redelijk irritant. Verder kun je er in Parijs niet omheen: de
sans domicile fixe, mensen zonder
woon- of verblijfplaats. Dit is het echte dwalen. Hoewel sommigen altijd op
dezelfde plek terug te vinden zijn. Als ik ’s morgens naar de metro loop,
kom ik naast de tweede boulangerie van
Clichy een bedelaar tegen die me elke keer weer een bonjour wenst. Wat ik doe? Ik wens hem ook een goede dag en loop
door. Ik negeer het papieren bekertje dat hij me toesteekt. Ik hoor hoe hij nog
wat zegt als ik langsgelopen ben. Mijn Frans is niet goed genoeg om het te
ontcijferen, maar het klinkt niet vervelend. Het voelt wel vervelend. Meerdere
keren op een dag, ook deze zondag, wordt me om een aalmoes gevraagd. Op straat,
in het metrostation, in de metro zelf, op het terras van een café, in de McDonalds.
Die keer in het Amerikaanse fastfoodrestaurant nabij Jardin
du Luxembourg was het vervelendst. Het was een zondagochtend en heel rustig in
het restaurant. Ik dronk een koffie. Een vrouw op leeftijd kwam naast me
zitten. Dat vond ik vreemd omdat er genoeg zitplaatsen waren. Ze at een
hamburger. Toen zei ze wat tegen me. Ik begreep niet wat ze bedoelde, maakte
dat duidelijk met lichaamstaal en knikte vriendelijk. Volgens mij. Het leek
haar boos te maken. Ze ging over op het Engels en zei me dat ze dorst had. Ik
zei dat ik dat vervelend voor haar vond. Daar werd ze nog bozer om. Ik weet
niet goed wat ze vervolgens allemaal gezegd heeft, maar ik vermoed dat er een
flink aantal Franse krachttermen tussenzaten. Een van de dingen die haar kwaad
maakte, behalve dat ik mijn koffie niet met haar deelde, was dat ik tijdens m’n
ontbijt het nieuws op m’n telefoon las. Dat was niet zoals het in Frankrijk
hoorde. Zoveel begreep ik alvorens ik
tegen haar zei dat ik een andere plek ging zoeken, m’n spullen pakte en verhuisde.
Heb ik het verkeerd aangepakt? Waarom voelt het zo vervelend
als ik langs een bedelend gezin met jonge kinderen loop of een slapende man aan
de kant van de weg negeer? Zou ik wel wat moeten doen of geven? Gezien het aantal
bedelaars dat ik dagelijks tegenkom, is dat niet te doen. Of maak ik
mezelf dat wijs? Als ik een Starbuckskoffie minder koop en dit bedrag in
kleingeld bij me steek, kan ik in heel wat kartonnen bekertjes doneren. Toch? Maar
help ik daarmee? Het zijn dingen om over na te denken. Bijvoorbeeld tijdens
het dwalen door de stad. Want als je zonder doel rondloopt kunnen je gedachten heel goed stromen, is mijn ervaring. Die
zondagmiddag liep ik na de lunch zo snel mogelijk weg van de drukte van
Boulevard Haussmann. Ik heb die dag nog twee cafeetjes aangedaan. Aan het einde van de
dag was m’n boek bijna uit. De laatste hoofdstukken las ik gisterenmiddag toen ik nog
een paar uurtjes zon pakte in Jardin du Luxembourg.


Reacties
Een reactie posten