Mens en dier


Inmiddels ben ik bijna een maand in Thailand. Dat betekent dat mijn visum on arrival die 30 dagen geldig is, bijna afloopt. Om die reden vlieg ik aankomende zondag naar Laos. Uiteraard is dat niet de enige en zeker niet de belangrijkste reden. Ik ben enorm benieuwd naar dit land dat, als de verhalen kloppen, minder toeristisch is dan Thailand of in ieder geval dan Chiang Mai, waar ik momenteel, met plezier overigens, bivakkeer.

In de afgelopen maand heb ik veel verschillende mensen, medereizigers en locals, ontmoet. Dat is de charme van reizen, zeker van alleen reizen. Meer dan anders sta ik open voor contacten met anderen. In eerste instantie is dat een natuurlijke behoefte, de mens is tenslotte een sociaal dier. Het alternatief zou zijn dat ik het maandenlang met mezelf moet doen en je gelooft het niet maar dat gaat vervelen. Daarnaast heb ik hier geen afleiding van werk of andere verplichtingen, van familie of vrienden. Er is geen reisgenoot. En, niet onbelangrijk om te noemen, ik verkeer op dit moment in een grotere staat van ontspanning dan normaal gesproken this time of year. Vraag maar eens aan iemand die in het primair onderwijs werkt, hoe het met hem of haar gaat in de periode tussen Sint en Kerst. Laat ik op deze plek dan ook de hoop uitspreken dat de stakingsdag van eergisteren oplevert waar deze beroepsgroep recht op heeft c.q. verdient. Anyway, ontspanning leidt tot meer ruimte in het koppie ergo meer tijd en aandacht voor de mensen om me heen.

Hoezeer ik voor mijn reis uitkeek naar ontmoetingen met andere mensen, zozeer was ik huiverig voor het ontmoeten van sommige leden van het dierenrijk in Thailand en Laos. En dan doel ik voornamelijk op insekten. Ik ben geen grote held op dit vlak. Een van m’n familieleden, ik noem geen namen, heeft zijn best gedaan om zoveel mogelijk enge dieren woonachtig in Thailand en/of Laos te noemen en te beschrijven met als doel me dichter bij huis te laten blijven. Dat is niet gelukt, obviously. En tot nu, op wat ellendige muggen, wegschietende gekko’s en een enkele kakkerlak (gelukkig niet in mijn hotelkamer) na, is mij echte ellende, lees: grote achtpotigen, vooralsnog bespaard gebleven. Vorige week in Ayutthaya echter, liep ik een rondje door het Historische Park, enigszins in gedachten, toen deze jongen me passeerde (foto). Ik schrok in eerste instantie van het feit dat er iets groots en onbekends in mijn ooghoek verscheen, maar verder was ik vooral op een goede manier onder de indruk van dit bijzondere beest. Die overigens rustig verder liep zonder zich druk om mij te maken.


In het Historische Park in Ayutthaya bleek het mogelijk om op de rug van een olifant een tochtje langs de tempels te maken. De olifanten zijn hiervoor mooi aangekleed en dragen een houten zitje op hun rug waarop de toeristen kunnen plaatsnemen. Ik heb het die drie dagen in Ayutthaya bij m’n rode fietsje als transportmiddel gehouden. Afgelopen dinsdag hoorde ik in het Elephant Nature Park bij Chiang Mai wat ik al vermoedde, namelijk dat olifanten niet gemaakt zijn om op deze manier mensen te vervoeren. Olifanten zijn daarnaast van nature wilde dieren en daardoor niet geneigd om naar mensen te luisteren. Om ze toch te laten gehoorzamen ging en gaat men nog steeds vaak over tot het mishandelen van deze dieren. In het Elephant Nature Park heb ik in een groep met zeven andere geïnteresseerden de gevolgen gezien: blinde olifanten, olifanten met een gebroken rug of heup, olifanten met zichtbare wonden op hun rug en buik of aan hun poten en gestresste olifanten. Van een olifant uit die laatste categorie, hij had een wond aan zijn achterpoot als gevolg van een ongeluk met een landmijn in Myanmar waarvoor hij dagelijks pijnbestrijding krijgt, kreeg ik letterlijk de tranen in mijn ogen. Hij bleef repeterende bewegingen maken. Een teken van grote stress. In het Elephant Nature Park worden deze olifanten opgevangen en verzorgd. Er wordt niet op ze gereden, ze worden niet aan het werk gezet, ze zitten niet vast aan kettingen. Om die reden zag ik gelukkig een heleboel tevreden olifanten die flink konden eten en lekker konden spelen met het water in de rivier (foto). Als olifanten in het water liggen voelen ze zich gewichtloos, net zoals wij dat voelen, en dat zorgt voor veel lol en geweldige taferelen. Na het badderen zagen we hoe olifanten zorgden voor natuurlijke sunblock door modder over zichzelf te gooien. Het was beter om op die momenten niet te dicht in de buurt te zijn, kan ik je vertellen. Verder hebben we geholpen bij het voeren. Ik weet nu dat een olifant één banaan per keer echt veel te weinig vindt, het moeten er minstens drie zijn. Ook was het bij een paar goedgemutste exemplaren mogelijk om ze van heel dichtbij te zien en aan te raken. Ik vond het geweldig. 

Voor de rest van mijn tijd in Chiang Mai overweeg ik een bezoek aan Catmosphere Cat Café. Dat is een café waar zo’n twaalf katten loslopen en waar je een lekker kopje thee, een fruitshake of een gebakje kunt bestellen. Met name de blueberry cheescake zou een aanrader zijn. En dan ondertussen spelen en knuffelen met de aanwezige katten. Hoe leuk is dat? Nadeel is dat het café enigszins uit de slinger ligt. En dat het nou ook niet echt de ultieme Thaise ervaring is. Eens kijken hoe het de komende dagen gaat lopen…

Aanvulling: Ik heb geen enkele bewijs dat de olifanten in Ayutthaya mishandeld worden met als doel ze te laten gehoorzamen. Ik weet na afgelopen dinsdag wel dat een olifant geen mensen op het bolle gedeelte van zijn rug hoort te vervoeren. Een olifant kan mensen dragen maar dit zou zonder zadel en op het nekgedeelte moeten plaatsvinden.

Reacties

Populaire posts