Tak Bat



M’n laatste dag in Luang Prabang begint vroeg. Heel vroeg. De wekker gaat om 5.00 uur. Ik snooze nog een kwartier maar dan kan ik er niet meer onderuit en sla ik het dekbed van me af. De afgelopen week heb ik de wekker al eens eerder zo vroeg gezet. Kennelijk wist ik de uitknop toen goed te vinden maar heb ik daarna weinig actie meer ondernomen. Vandaag is m’n laatste kans. 

Als ik het terrein van het hotel afloop in de richting van Th Sakkarin is het nog donker. En stil. Behalve een monnik die dezelfde kant op lijkt te gaan als ik, is er niemand op straat. Na 3 minuten bereik ik Th Sakkarin. Hier is beduidend meer bedrijvigheid. Op de stoep aan de overkant van de straat staat een lange rij plastic krukjes klaar. In het midden van de straat zie ik om de paar meter een voedselkarretje waar een local druk bezig is met de laatste voorbereidingen. Een enkel café is op dit tijdstip open om ‘Lao coffee’ te serveren.

Het wordt hoe langer hoe drukker. Toeristen komen de straat in om het ritueel mee te maken. De krukjes worden langzaam maar zeker bezet. Op de plek waar ik sta, zoeken vooral grote groepen Chinezen een plek op de rode en blauwe krukjes, hiertoe aangespoord door hun tourguide. Ik besluit de straat verder in te lopen, maar ontdek al snel dat ik de toeristen niet kan ontlopen. Aan de overkant van de straat, tegenover een Laotiaanse vrouw die rustig wacht op dat wat gaat komen, blijf ik staan. Ik hoor een tromroffel.

Het is even na 6.00 uur als ik de eerste monniken ontdek. Ze lopen in stilte achter elkaar. Elke monnik draagt een aalmoeskom bij zich. Op blote voeten lopen ze langs de geknielde of gehurkte mensen die een handvol sticky rice of een verpakte lekkernij aanbieden door het in de aalmoeskom te laten vallen. Dit is Tak Bat, een eeuwenoude traditie in het Boeddhisme. Bij zonsopgang verlaten de monniken hun tempels en lopen, terwijl ze mediteren, een vaste route om de giften van de lokale bevolking in ontvangst te nemen. Hiermee brengen ze de afgelegde belofte van armoede en nederigheid in de praktijk. Voor de bevolking is het een manier om merits te verdienen, in dit of in een volgend leven.

Terwijl ik kijk naar de vrouw tegenover mij, hoe ze haar giften deelt met de langslopende monniken, zie ik hoe deze aalmoesceremonie hoort te zijn: stil, eerbiedig, meditatief bijna, een manier om elkaar, monnik en leek, respect te tonen. In de rest van de straat verloopt het geheel anders. De toeristen die zijn gekomen om te kijken, houden zich niet aan de gevraagde afstand van minimaal drie meter. Ze staan met hun flitsende camera’s bovenop de mediterende monniken, soms houden ze de processie zelfs op. De toeristen die deelnemen aan de Tak Bat lijken het belangrijker te vinden een Insta-waardige foto te maken dan dat ze betekenis halen uit het ritueel zelf. Het is allesbehalve stil. Een enkele local vindt het niet bezwaarlijk om ten tijde van de ceremonie met zijn brommer door de straat te rijden.

Deze gang van zaken blijkt geen uitzondering. Andere reizigers heb ik eerder over hetzelfde horen vertellen. Op internet lees ik dat er vanwege de overlast van toeristen zelfs overwogen wordt om te stoppen met Tak Bat in Luang Prabang. Wat maakt dat mensen geen respect voor de rituelen van een ander kunnen opbrengen? Onbenul? Onbegrip? Ik heb me verbaasd over de tourguide die zijn groep niet onder controle had. Heb je dan van tevoren je kans niet gepakt en je groep geïnformeerd over (de achtergrond van) dit ritueel? In de week die ik door Luang Prabang gestruind heb, kwam ik op meerdere plekken posters met de spelregels rondom deze ceremonie tegen. In de Lonely Planet is er een hele paragraaf aan gewijd. You could have known, zou je zeggen. Dan blijft onbegrip over. 

Reacties

Populaire posts