Van Vientiane naar Pakse naar Don Det


Time flies when you're having fun. En zo kan het dat het op deze plek lang leek alsof ik niet uit Vientiane weg te slaan was. Het is echter bij een weekje gebleven. En dat was lang genoeg. Het hotel was prettig, vooral het grote balkon met uitzicht over de stad, de koffietentjes outstanding, zie m'n top drie in de volgende alinea, maar de charme van Vientiane, die er volgens sommigen echt is, heb ik niet goed kunnen ontdekken. Ik vond de stad sowieso lastig te doorgronden. Zo ligt Vientiane aan de Mekong maar moet je de stad bijna uitlopen om de rivier daadwerkelijk te zien. Ik hoopte er, net als in Luang Prabang, wat eettentjes met rivierzicht te treffen. Helaas. De meeste restaurants hebben uitzicht op de straat waar het verkeer een altijd aanwezige factor is. Tijdens mijn wandelingetjes richting het centrum, mijn hotel lag daar enigszins buiten, moest ik twee redelijk drukke straten passeren. Ik zou acht blogs kunnen schrijven in de tijd die ik langs de kant van de weg heb moeten wachten totdat ik zonder gevaar voor eigen leven kon oversteken.

Beste koffie in Vientiane:

Nee, ik heb niet al m'n tijd besteed aan koffiedrinken. Ik zag bijvoorbeeld ook Wat Si Saket, de oudste tempel van Vientiane, en Haw Pha Kaeo. Deze voormalige tempel is nu ingericht als een museum van religieuze objecten. Het geheel oogt een beetje alsof de museumdirecteur jaren geleden opgestapt is en in zijn woedende aftocht een stel Boeddhabeeldjes omver gooide. Sindsdien heeft men geen nieuwe museumdirecteur kunnen vinden noch iemand bereid gevonden om er met een stofdoek in de weer te gaan. Jammer, want de tempel zelf is het bekijken zeker waard. Op een rotonde middenin Vientiane trof ik That Dam (foto). Dit is een qua grootte indrukwekkende stupa. Ooit was het met een laagje goud bedekt maar van Lonely Planet begrijp ik dat de Siamezen dat er in 1828 afgeroofd hebben. En ja, natuurlijk heb ik met mijn voorliefde voor Parijs het Laotiaanse antwoord op de Arc de Triomphe niet overgeslagen. Patuxai staat net als in Parijs aan een brede laan en is ook omgeven door een rotonde (foto). Op een van m'n laatste middagen in Vientiane pakte ik de local bus, een belevenis op zich vanwege de kuilen in de weg en de capriolen van de chauffeur om deze te ontwijken, en liet me naar het Buddha Park (foto) vervoeren. Dit park ligt 25 kilometer buiten de stad. In het park bevinden zich zo'n 200 Boeddha- en Hindoebeelden. Ondanks dat het geen eeuwenoude beelden zijn, het geheel is in 1958 ontworpen door een priester die de verschillende religies wilde verenigen, was het vanwege de sfeer en het groen een prettige plek om even te zijn.




En ik vierde Kerst en Oud en Nieuw in Vientiane. Behalve wat pogingen om toeristen tegemoet te komen, is er in het overwegende Boeddhistische Laos weinig aandacht voor beide feesten. Voor de Laotianen begint het nieuwe jaar pas halverwege april. Toch had het hotel wat vuurwerk geregeld en deed ik een drankje met het personeel en een aantal gasten. Op eerste Kerstdag trof ik bij het zwembad in het hotel drie Nederlanders, twee vriendinnen en een alleenreizende jongen, en we besloten die avond ons eigen kerstdiner te organiseren bij Khop Chai Deu, een restaurant met dakterras in het centrum van Vientiane (foto). Op het menu stonden diverse tapasachtige Laotiaanse gerechten. Het was dusdanig gezellig dat we besloten het geheel op tweede Kerstdag te herhalen.


Op de eerste dag van het nieuwe jaar vloog ik van Vientiane naar Pakse. Ook wel eens lekker om op die dag geen kater te hebben want dat wijntje op die foto bleek niet heel lekker. Ik vloog wederom met Lao Skyway. Dat was me van Luang Prabang naar Vientiane goed bevallen. De vlucht stond gepland om 14.50 uur, om 14.35 uur begon het boarden en het was nog geen 14.45 uur toen het toestel los van de grond kwam. Love it! Ik zie Transavia dat nog niet zo snel regelen.

Pakse is een provinciestad in het zuiden van Laos en beduidend rustiger dan Vientiane. Ik heb er twee dagen doorgebracht. De eerste dag bezocht ik de highlights van Pakse. Dit zijn er niet zo veel, dus ik heb het geheel afgewisseld met bezoeken aan een aantal horecagelegenheden. Pakse heeft namelijk een heleboel leuke plekken waar je lekker kunt eten en drinken. Dus na het bezoek aan Wat Luang (foto) dronk ik een koffie bij Parisien Café. Op het terras van dit café staat een miniversie van de Eiffeltoren. Evenals een keet waar pizza’s afgehaald kunnen worden. Het blokkeerde het vrije uitzicht. You only had one job, zou Twitter zeggen. Na een korte stop bij Pakse Travel waar ik de tour van de volgende dag en de doorreis naar Don Det van de dag erna regelde, liep ik Th 13 af in de richting van Wat Tham Fai (foto). Halverwege stopte ik bij Daolin Restaurant, de buurvrouw van Sabaidee Pakse Restaurant waar ik de avond ervoor gegeten had, voor een fruitshake. Het was daarna nog een hele wandeling naar de tempel die ook wel Wat Pha Bat genoemd wordt. Ik trof de tempel in enigszins verwaarloosde staat aan. Ik bleek de enige bezoeker. De rust van deze plek voelde erg prettig en dat maakte dat ik er even gebleven ben. Vervolgens liep ik via de Catholic Church, net als de kerk in Vientiane met vlaggetjes versierd, those happy catholics, in de richting van de Mekong. In de Lonely Planet las ik eerder over Banlao Boat Restaurant en het leek me een goed idee om te lunchen met uitzicht over de rivier. Echter, aangekomen bij de oever van de rivier bleek er vanwege de afgraafwerkzaamheden geen bootrestaurant te bekennen. Een beetje jammer van die lange wandeling door de brandende zon, maar er zat niets anders op dan terug te keren naar Th 13 waar genoeg restaurants te vinden zijn. Na de lunch en een kort bezoek aan het openlucht winkelcentrum in de buurt van m’n hotel keerde ik terug naar m’n hotelkamer om me op te frissen zodat ik op tijd voor happy hour bij Le Panorama, het rooftop restaurant van mijn hotel kon zijn. Ik bestelde een witte wijn en kreeg er twee. Tegelijk. Dat is happy hour in Pakse.



De dag erna werd ik om 8.00 uur opgehaald voor een tour naar het Bolaven Plateau. Dit natuurgebied staat bekend om zijn koele klimaat, vruchtbare grond, indrukwekkende watervallen, diverse koffie- en theeplantages, authentieke Laotiaanse bergdorpjes en bergstammen die openstaan voor bezoekers. De sfeer in de bus zat er al snel in. Grappig hoe snel het soms klikt met een groep mensen. Tad Fan (foto) werd als eerste bezocht. Twee stromen water storten van zo'n 120 meter hoogte de diepte in. Het natuurgeweld gaf een geweldig geluid. De twee andere watervallen, Tad Lor en Tad Pha Suam, bleken ook mooi maar iets minder spectaculair dan deze tweelingwaterval. Tijdens het bezoek aan de koffieplantage, onze tweede stop, bleek onze chauffeur/gids vrij kort van stof. Een werknemer van de plantage liet zich verleiden om meer te vertellen over de verschillende soorten koffies die er verbouwd worden, namelijk Arabica en Robusta (foto). Na afloop dronken we uiteraard een kop koffie en/of thee. En maakten de eerste groepsfoto's (foto). Naast de natuur in het gebied maakte verder een bezoek aan een van de bergdorpjes veel indruk. De mensen in dit dorp hebben de gewoonte om bij leven hun eigen kist te maken. Deze bewaren ze vervolgens onder hun huis totdat het moment van afscheid daar is. Op de terugweg kwam het gesprek in de bus op contacten met medereizigers. Volgens een ouder stel uit Canada maak je snel vrienden als je iemands volkslied kent. De rest van van de busrit hebben we ons vermaakt met het luisteren naar elkaars volkslied. Het kan aan mijn zangkwaliteiten liggen maar ik kan niet zeggen dat ik het Wilhelmus heel veel mooier vind dan het Canadese, Koreaanse, Spaanse, Italiaanse of Laotiaanse volkslied. 




Op donderdag, het is dan inmiddels 4 januari, stapte ik in de bus die me nog verder naar het zuiden van Laos zou brengen. Naar Ban Nakasang welteverstaan. Daar stapte ik op de longtailboat (foto) die me naar Don Det bracht (foto). Don Det maakt deel uit van Si Phan Don dat ‘4000 eilanden’ betekent. Het is een deels bewoonde en deels onbewoonde eilandengroep in het breedste gedeelte van de Mekong en ligt tegen de grens met Cambodja aan. Toen ik zo’n twee jaar geleden een uitzending van 3 op Reis zag, waarin Geraldine Kempker met een reisgenoot op Don Det was en een biertje dronk terwijl ze in haar hangmat uitkeek over de Mekong, bedacht ik me dat ook te willen doen. Het leek me de ultieme vorm van ontspanning. De werkelijkheid bleek iets anders. Hoewel de tocht over de Mekong me liet zien hoe prachtig dit gebied is, de vier zonsondergangen die ik op dit eiland mocht aanschouwen beyond words waren (foto), het zwembad bij Little Eden heerlijk en Darren, de eigenaar van het rijtje houten bungalowtjes met uitzicht over de Mekong, niet aardiger kon zijn, bleek ik iets te verwend voor de basic bungalows met kieren en open ruimtes waarin in mijn gedachten allerhande insekten naar binnen kwamen, een koudwaterdouche en een toilet dat met bakjes water doorgespoeld moest worden. En die hangmat? Zo leuk! Alleen niet als je een jaar eerder van de trap gerold bent en je rug geen gekkigheid meer wil. Ja, zeg het maar: ik word oud. Ik bèn oud. Zelfs de hippie-achtige sfeer op het eiland ging me na een paar dagen op m’n zenuwen werken. Ik schaam me ervoor, maar here it is. Tijdens de voorlaatste nacht, toen het uren regende en onweerde, besloot ik dat het mooi geweest was en een dag eerder dan gepland te vertrekken. Afgelopen maandag stapte ik dus weer in de longtailboat richting Ban Nakasang. 



Reacties

Populaire posts